Scheiden als ouders: samenwerken is een ideaal, geen plicht
Co-ouderschap is de norm geworden. Na een scheiding horen goede ouders samen verder te gaan voor de kinderen: overleggen, afstemmen, één front vormen. Maar wat als dat niet lukt? Wat zegt de wetenschap?
Vijftien jaar geleden werd zo’n 13 procent van alle scheidingen ‘conflictueus’ genoemd. Vandaag is dat 18 procent. “Een ongelukkige evolutie, want in die tijd heeft Vlaanderen sterk ingezet op bemiddeling als standaardinstrument bij een scheiding”, weet Inge Pasteels, onderzoeker aan de PXL Hogeschool. Ze legt zich toe op praktijkgerichte methodieken om met conflictueuze scheidingen om te gaan.
“Er heerst vandaag enorm veel druk om, ook als de relatie voorbij is, toch samen voor het kind te blijven zorgen. De week-weekregeling is in Vlaanderen de standaard, maar in de praktijk kan dit een conflict verdiepen. Elke ouder heeft in zijn of haar week het recht om een eigen visie op opvoeding te hanteren. Hoe de ander het doet, wordt dan al snel een twistpunt. Slaaptijden, schermtijd, huiswerk, voeding: elke keuze wordt een slagveld.”
“Daar komt een tweede factor bij: het netwerk. Familie en vrienden hebben meestal goede bedoelingen, maar in de praktijk kan hun eenzijdige steun een situatie moeilijker maken. “Je gaat je toch niet laten doen”, “Je hebt toch recht op je kind”, “Jij bent toch de betere ouder” … Met zulke uitspraken voeden ze het conflict in plaats van het te temperen.”
“Tot slot zijn er de verwachtingen. Relaties en ouderschap moeten vandaag perfect zijn, sociale media tonen een wereld van vlekkeloze gezinnen. Hoe hoger de verwachtingen, hoe groter de teleurstelling als de realiteit daar niet aan voldoet. En hoe groter de teleurstelling, hoe moeilijker de breuk.”
Vijf pijlers, één gelukkig kind
“Door zo sterk in te zetten op contact en overleg, blijven mensen die eigenlijk niet meer met elkaar kunnen communiceren, dat toch proberen. En bij elk contactmoment is er een nieuwe kans op escalatie. Net daarom is het zo belangrijk dat we duidelijk maken: ouders moeten niet per se overeenkomen. Het is prima als dat lukt, maar het mag geen must zijn. Wat telt, is wat jij als ouder zelf aan je kind kunt geven.”
“Samen met mijn collega’s ontwikkelde ik een innovatieve methodiek voor ouders die vastlopen: parallel solo-ouderschap. Die aanpak rust op vijf pijlers. Als eerste stap stoppen we de communicatie tussen de ouders. Alleen zo kunnen we de ouderidentiteit losmaken van de partneridentiteit. Want je hoeft geen goede ex te zijn om een goede ouder te zijn. Daarna vragen we beide ouders om elk individueel te focussen op de band met het kind. Wat wil jij voor jouw kind, in jouw tijd, vanuit jouw waarden? Niet: hoe zorg je ervoor dat de andere ouder hetzelfde doet?”
“De derde pijler is: het kind terugbrengen bij zichzelf. Kinderen in conflictueuze scheidingen worden ongewild actoren in het conflict: ze leren zeggen wat elke ouder wil horen, spelen in op verwachtingen, brengen boodschappen over. Die last moet worden weggenomen. Elk kind heeft het recht om bij elke ouder gewoon kind te zijn.”
“En ten slotte zetten we in op psycho-educatie. Dat doen we in de eerste plaats bij het netwerk: vrienden en familie moeten leren om de ouder te steunen in het ouderschap, niet in het ex-partnerschap. Daarnaast bieden we psycho-educatie voor iedereen die in contact komt met conflictueuze scheidingen: scholen, hulpverleningsinstanties, rechters … Ze hebben er allemaal baat bij beter te begrijpen welke dynamieken spelen.”
Familie na een scheiding
Een gezin bestaat uit twee getrouwde partners en hun kinderen, zo staat het in de wet. Maar voor kinderen die een scheiding hebben meegemaakt, klopt die definitie nog maar zelden met hun dagelijkse werkelijkheid. Zij definiëren hun gezin vooral in functie van mensen die wat dichterbij of verder weg staan: de mensen met wie ze zich een gezin voelen, hun ‘feeling family’.
Die notie heeft directe gevolgen voor hoe we naar plusouders kijken. De verwachting dat een stiefouder een volwaardige ouderfiguur zal worden, leidt bijna altijd tot conflict. Pasteels pleit voor een andere invulling: de plusouder als relevante betrokkene, niet als vervanger. Iemand die de ouder ondersteunt, maar de ouderrol niet overneemt. Zoals het spreekwoord zegt: ‘It takes a village to raise a child’, maar dan wel een dorp dat ouders ondersteunt in hun rol, zonder de grenzen van het gezin te hertekenen.
Bekijk ook de video:
Of lees meer over wat Dimitri Mortelmans (UAntwerpen) en Valentien Taeldeman (UGent) over scheidingen zeggen.