Thema
Gezondheid

Over het gezondheidsmuurtje

Hoe kunnen we onze (mentale) gezondheid nog beter begrijpen en beschermen? Waar spenderen we (best) onze energie? En steken (sociale) media een spaak in de wielen van ons mentaal welzijn? Laura Van Beveren (UGent) en Tim van der Zee (KU Leuven) duiken onder in elkaars onderzoek.

Wie is wie?

Pedagoog Laura Van Beveren is postdoctoraal onderzoeker binnen de onderzoeksgroep Cultuur & Educatie en de vakgroep Sociaal Werk en Sociale Pedagogiek van de UGent. Met steun van het FWO onderzoekt ze onder meer hoe de media over geestelijke gezondheid spreken.

Biomechanicus Tim van der Zee werkt als postdoctoraal onderzoeker aan de onderzoeksgroep Biomechanica van de Menselijke Beweging van de KU Leuven. Met steun van het FWO gaat hij na hoe ons lichaam energie verbruikt als we wandelen.

Laura: “Dag Tim, aangenaam. Ik zag dat jouw onderzoek focust op energieverbruik tijdens bewegen. Hoe ben je bij dat onderwerp terechtgekomen?”

Tim: “Dag Laura, fijn je te leren kennen. Ik doe inderdaad onderzoek naar het energieverbruik bij wandelen. We horen steeds vaker dat bewegen gezond is voor lichaam en geest, maar bepaalde bewegingsbeperkingen kunnen ervoor zorgen dat sommige mensen meer energie verbruiken dan anderen. Dat energieverbruik bepaalt in grote mate hoe snel we kunnen wandelen, fietsen of lopen en hoe lang we dat volhouden. Vandaag weten we nog te weinig over hoe bewegingspatronen en -beperkingen het energieverbruik beïnvloeden.”

Laura: “We bewegen elke dag. Hoe komt het dan dat we er zo weinig over weten?”

Tim: “Het is moeilijk om het energieverbruik van onze skeletspieren te meten terwijl we bewegen. Het menselijk lichaam is nu eenmaal complexer dan pakweg een motorfiets. Daar is het meteen duidelijk waar de energie verbruikt wordt: in de motor. Onze skeletspieren zijn de verbrandingsmotoren van het menselijk lichaam. Maar waar een motorfiets slechts één motor heeft, hebben wij honderden skeletspieren. In dit project onderzoeken we welke spieren energie verbruiken tijdens het wandelen, en op welk moment van de stap dat gebeurt.”

Voor complexere of minder hoopvolle verhalen is er minder ruimte
Laura Van Beveren

Laura: “Je werkt daarvoor met computersimulaties. Welke rol spelen die?”

Tim: “De huidige computermodellen schatten het energieverbruik van onze spieren vaak te laag in. Ze zijn meestal gebaseerd op data van proefdieren, zoals knaagdieren en amfibieën. Maar de spieren van mensen hebben heel andere eigenschappen. Bovendien gedragen spieren zich anders tijdens verschillende bewegingen. In dit project brengen we het energieverbruik van menselijke spieren tijdens het bewegen beter in kaart, zodat we de computermodellen kunnen verbeteren.”

Laura: “En dat helpt mensen om beter te bewegen?”

Tim: “Uiteindelijk wel, ja. (lacht) Binnen dit project gaan we na hoe verschillende wandelcondities, bewegingsbeperkingen en externe hulpmiddelen het energieverbruik tijdens het wandelen beïnvloeden. We hopen dat onze computersimulaties in de toekomst kunnen aangeven welke interventies het best werken om het energieverbruik van individuele patiënten te verlagen. Denk bijvoorbeeld aan een exoskelet voor een voet dat het energieverbruik van kinderen met cerebrale parese beïnvloedt.”

Laura: “Kun je diezelfde modellen ook gebruiken voor andere bewegingen, zoals lopen en fietsen?”

Tim: “Op termijn verwachten we wel dat we de ontwikkelde computersimulaties ook zullen kunnen gebruiken om het energieverbruik tijdens het lopen en fietsen te voorspellen. We kunnen dan onderzoeken hoe de rol van een specifieke spier of spiergroep varieert tussen verschillende bewegingen.”

“En het gaat nog breder: mijn collega Miel Willems gebruikt simulaties om te voorspellen hoe anatomische variaties en bewegingspatronen de gewrichtsbelasting beïnvloeden bij knieartrose. En binnen iSi Health, het recent opgerichte KU Leuven Instituut voor Fysica-gebaseerde Modellering voor In Silico Gezondheid, willen we de toepassing van computersimulaties binnen de gezondheidszorg versnellen.”

“Daarnaast is bewegen ook goed voor ons mentaal welzijn. Daarover gaat jouw onderzoek, toch?”

Laura: “Inderdaad. Mentale gezondheid krijgt steeds meer aandacht, maar de focus ligt vaak op het individu. Zelfs nieuwe technologische toepassingen, waarmee we bijvoorbeeld ons stressniveau continu kunnen opvolgen, dragen bij aan die individuele bril. Ze leggen de nadruk op persoonlijke verantwoordelijkheid, terwijl geestelijke gezondheid altijd wordt beïnvloed door de bredere sociale en maatschappelijke context.”

Tim: “Welke rol spelen de media daarin?”

"Met nieuwe data verbeteren we de computermodellen van het wandelen.”

“Zo kun je mensen een nieuwe kans geven om te bewegen”

Laura: “De media linken geestelijke gezondheidsproblemen nog te vaak aan gevaar, onvoorspelbaarheid of zelfs crimineel gedrag. Ze wekken de indruk dat mensen met psychische problemen een risico vormen. Zulke ideeën leiden niet alleen tot sociale stigma’s: mensen gaan die negatieve beelden soms ook zelf geloven, waardoor de drempel om over gevoelens te praten of hulp te zoeken nog hoger wordt.”

Tim: “Tegelijk bieden de media ook steeds meer ruimte voor persoonlijke verhalen, bijvoorbeeld van publieke figuren die hun eigen mentale worstelingen delen.”

Laura: “Inderdaad, en dat is een positieve evolutie. Al moeten we toch kritisch blijven: de meeste aandacht gaat naar succesverhalen van mensen die tijdig de juiste hulp vonden, ‘het licht aan het einde van de tunnel zagen’ en ‘nu weer zichzelf zijn’. Voor complexe, kritische of minder hoopvolle verhalen is er minder ruimte. En bepaalde thema’s, zoals psychosegevoeligheid, komen veel minder positief in beeld.”

“De mediaberichtgeving plaatst het publiek vaak in een duidelijke rol: die van patiënt of consument. Als patiënt ontvang je informatie van experten, als consument kun je vrij kiezen uit het beschikbare aanbod van behandelingen, tips en adviezen. De lezer wordt zelden aangesproken als burger: iemand met een eigen perspectief op geestelijke gezondheid en het functioneren van het zorgsysteem."

Tim: “En welke rol spelen tv-shows en andere populaire cultuurkanalen?”

Laura: “Een heel belangrijke rol. Hoewel mentale problemen steeds vaker aan bod komen, zijn ze meestal niet bepalend voor de identiteit van een personage. Dat haalt de druk weg om bijvoorbeeld OCD of een depressie “correct” weer te geven en creëert meer ruimte voor diversiteit. Een mooi voorbeeld is de tienerserie Heartstopper: de mentale struggles van het hoofdpersonage maken deel uit van het verhaal, maar nemen het niet helemaal over.”

Hoe beïnvloeden verschillende condities, bewegingsbeperkingen en externe hulpmiddelen het energieverbruik tijdens het wandelen?
Tim van der Zee

“Sociale media laten vaak meer verschillende stemmen aan het woord dan de traditionele mediakanalen. Die openheid brengt ook uitdagingen mee: hoe kunnen we kritisch omgaan met alle informatie rond mentaal welzijn die online circuleert?”

Tim: “Het gaat dus niet alleen over wát er wordt besproken, maar ook over hóe de media dat verwoorden?”

Laura: “Ik had het niet beter kunnen zeggen. Momenteel werk ik aan een retorische analyse van mediadebatten over geestelijke gezondheid. Hoe bepaalt taal hoe we hierover denken? En welke effecten heeft dat op onze aanpak? In de jaren ’50 en ’60 dacht men dat autisme ontstond door “koelkastmoeders”: moeders die zogezegd emotioneel kil waren. Daardoor focusten interventies jarenlang op de relatie tussen moeder en kind.”

“Daarnaast stel ik in mijn onderzoek vragen over de macht van taal. Wie bepaalt welke woorden we gebruiken en welke perspectieven dominant worden? Zijn dat psychiaters, psychologen, sociaal werkers, beleidsmakers, of mensen die zelf ervaring hebben met psychische kwetsbaarheid? En even belangrijk: wiens stem horen we níet in het publieke debat? Het zijn maar enkele vragen waarop we een antwoord willen bieden.”

Tim: “Op een gezondere toekomst, dan – fysiek én mentaal!”