Op speeddate! Met Lucy Apiyo Adundo
Eet je gezonder als je meer verdient? Voedingswetenschapper Lucy Apiyo Adundo trok naar de Keniaanse hoofdstad Nairobi en breekt een lans voor traditionele, gezonde maaltijden, de Nutri-Score en borstvoeding.
Waarom heb jij je toegelegd op voedingswetenschappen, Lucy?
“Als kind at ik thuis gezond dankzij mijn ouders, maar op school zag ik dat niet iedereen zoveel geluk had. In onze gemeenschap werd ik geconfronteerd met armoede en onrecht, en hoe die vaak samengaan met voedselonzekerheid. Toen wist ik dat voeding een van mijn vele roepingen was. Met mijn onderzoek wou ik het voedselsysteem helpen veranderen, zowel in het mondiale Zuiden als in een bredere, globale context, door de kennis over voeding uit te breiden, ideeën uit te wisselen met andere onderzoekers en samen te werken met beleidsmakers.”
Wat zou je beleidsmakers op basis van jouw onderzoek aanbevelen?
“Zorg ervoor dat mensen betere toegang krijgen tot betaalbaar, voedzaam en veilig voedsel. In mijn onderzoek zag ik bijvoorbeeld bij voedselverkopers veel problemen met voedselveiligheid die vooral een impact zouden hebben op gebieden met een lager inkomen. Als je moeilijk voedsel kan kopen en klaarmaken in hygiënische omstandigheden, kán je niet gezond eten. Daarnaast kunnen basisproducten zoals graan, peulvruchten, noten en verse groenten verrijkt worden met micronutriënten zoals ijzer, zink en foliumzuur. We zien vandaag een sterke instroom van ultrabewerkt voedsel en suikerhoudende dranken, die gezonde voeding verdringen. Overheden kunnen die balans herstellen, bijvoorbeeld door de ongezonde voeding zwaarder te belasten. Of via systemen zoals de Nutri-Score, die de consument helpen te vergelijken wat gezond is en wat niet. Borstvoeding, nu al een goede gewoonte in Kenya, kan nog meer aangemoedigd worden bij alle inkomensgroepen.”
Welk misverstand wil je met jouw onderzoek graag de wereld uit helpen?
“Onderzoek en beleid focussen vaak op de lagere inkomens. We denken te snel dat mensen met een hoger inkomen geen hulp nodig hebben. Maar in mijn onderzoek vond ik net in die groep veel overgewicht, en dat is gelinkt aan aandoeningen zoals diabetes, hoge bloeddruk en kanker. De behandeling van die aandoeningen legt een zware druk op het gezondheidszorgsysteem. De eenvoudigste en goedkoopste manier om er iets aan te doen, is investeren in en pleiten voor gezondere en voedzamere voeding. Ik denk dan aan traditionele groenten en fruit en gezonde granen zoals gierst en sorghum. Net die producten waar de meeste mensen in gebieden met een hoog inkomen zich van afkeren omdat ze het als te lokaal en onbeschaafd beschouwen.”
Wat zouden wij in België van Kenia kunnen leren als het op voeding aankomt?
“In Kenia is eten sterk verbonden met cultuur. Er zijn meer dan veertig verschillende stammen, elk met een eigen eetcultuur, die vooral bestaat uit gezonde voeding zoals groene bladgroenten, vis of vlees, sorghum, gierst, sesam en chiazaad. In het noorden worden sommige van die voedingsmiddelen gezien als ‘exotisch’ of ‘trendy’, maar voor Kenianen zijn ze gewoon traditionele kost. Veel traditionele voeding is niet alleen gezonder, maar ook beter voor een tropisch klimaat. Denk aan sorghum en gierst: voedzaam en beter bestand tegen droogte dan mais. België zou manieren kunnen zoeken om die gewassen te telen in het Belgische klimaat. Ultrabewerkt voedsel heeft bovendien een sociaal nadeel. Een traditionele maaltijd bereiden vraagt tijd, en iedereen helpt mee in de keuken. Dat is hét moment om kinderen te leren wat gezonde voeding is en hoe je ze klaarmaakt. Samen eten verbindt en brengt rust. In een samenleving die almaar meer met de stress van een solitaire levensstijl worstelt, zoals België, is dat belangrijker dan ooit. Daarom wil ik mijn volgende onderzoek daaraan wijden en wil ik consumenten als mede-onderzoekers inschakelen, zodat ze verandering kunnen teweegbrengen in hun eigen gemeenschap.”
Lucy’s onderzoek in een notendop
“Ik heb de diversiteit van het voedselaanbod in het stedelijke Nairobi onderzocht en de impact daarvan op mensen uit verschillende inkomensgroepen. Mijn onderzoek onderscheidt de consumptiepatronen van lage, gemiddelde en hoge-inkomensgroepen. Dat ik ook de groep met een hoog inkomen bestudeerde, is uniek voor onderzoek in het mondiale Zuiden. Vaak gaan we ervan uit dat daar geen probleem zit, maar mijn resultaten tonen het tegendeel aan.”
“Bij lage inkomens zien we meer ondergewicht, maar ook een kleine, opkomende groep met overgewicht. Dat noemen we de dubbele last van ondervoeding: dezelfde groep heeft een tekort aan essentiële voedingsstoffen en eet teveel suiker en vet. Een belangrijke oorzaak is de transitie naar meer ultrabewerkt voedsel dat veel suiker en vet bevat. Opvallend genoeg verkochten markten en verkopers in lage-inkomensbuurten een aanzienlijk grotere verscheidenheid aan voedingsmiddelen dan die in middenklassebuurten. Toch blijkt uit het huishoudenonderzoek dat consumenten met een middeninkomen een grotere variëteit aan voedingsmiddelen aten dan consumenten met een laag inkomen. Dit betekent dat inwoners met een laag inkomen minder gevarieerd aten, ondanks het feit dat deze voedingsmiddelen wel op de markten verkrijgbaar waren. Tegelijkertijd kwam overgewicht vaker voor bij mensen met een hoog inkomen, die in hun omgeving een grotere keuze aan voedingsmiddelen hebben.”
Welke methodes heb je gebruikt?
“Eerst bracht ik het aanbod in kaart: welke supermarkten, winkels, markten … zijn er in Nairobi voor elke inkomensgroep, en welke producten verkopen ze? Daarna voerde ik kwalitatieve interviews met tweeëntwintig mensen over de factoren die hun voedingskeuzes bepalen, zoals beschikbaarheid, voedselveiligheid, betaalbaarheid en culturele normen. Op basis daarvan stelde ik een digitale vragenlijst op over eetpatronen, keuzefactoren en de Body Mass Index (BMI) in de drie inkomensgroepen, voor ongeveer 600 respondenten.”