Kinderen met een beperking gaan enkel waar ze welkom zijn
Vrije tijd is de tijd die je zelf mag invullen, de open ruimte waarin je ontdekt wie je bent. Maar hoe werkt dat voor kinderen of jongeren met een beperking of in de jeugdhulp? Hoe vrij is die tijd als je mogelijkheden beperkt zijn?
Vrije tijd is de tijd die overblijft na school of werk en klusjes. Bij kinderen met een beperking neemt ook de zorg nog een grote hap uit hun dag. "Enkel wat dan nog rest, is echt vrije tijd”, zegt Beno Schraepen, onderzoeker aan de AP Hogeschool Antwerpen. "En dan is de vraag: wat kún je daarmee?"
Geen vrijblijvende vraag, want vrije tijd is meer dan de kers op de taart. Het is de ruimte waarin je zelf kiest wat je doet en met wie. Meer nog: het is ruimte om te experimenteren. "Je ontdekt: ja, dit is echt iets voor mij. Of: dit wilde ik zo graag, maar nu ik het gedaan heb… toch maar niet. Zo tast je je grenzen af. Voor kinderen of jongeren met een beperking is dat echt een uitdaging. Maar net zij hebben in de praktijk weinig ruimte om zelf keuzes te maken.”
Drempels bij de vleet
“Nochtans heeft Vlaanderen een rijk en divers aanbod voor kinderen en jongeren. Geen enkele regio investeert zoveel in jeugdwerk. En is zelfs een specifiek aanbod voor jongeren met een beperking: G-sport, atelierwerkingen, aparte jeugdhuizen. Alleen zijn er nogal wat drempels om daar gebruik van te maken.”
“Onder meer de geografische spreiding is een probleem: als je pech hebt, moet je twintig kilometer afleggen om een organisatie te vinden waar je welkom bent. Bovendien moet je weten dat zo’n aanbod bestaat, dus alleen goed geïnformeerde ouders vinden het. Daarnaast moet je er geraken: als je bijvoorbeeld in een rolstoel zit, is zo’n verplaatsing niet evident. En als je al die drempels kunt overwinnen, moet je nog hopen dat er geen wachtlijsten zijn.”
“In ons onderzoek zien we daar de gevolgen van. Kinderen met een beperking kunnen vrijwel nooit kiezen wat ze willen doen, zoals andere kinderen. Ze gaan waar ze welkom zijn en waar er plaats is, ook al is dat pas hun hun achtste of negende keuze. Of ze hebben gewoon géén keuze: dit is het enige wat haalbaar is, en dat is te nemen of te laten."
“De tijd waarin ik met gerust word gelaten”
“Naast jongeren met een beperking doen we ook onderzoek naar de vrijetijdsbesteding van jongeren in de jeugdhulp. Wie in een voorziening belandt, verliest de vrije tijd van thuis. Wat ervoor in de plaats komt, is zelden echt “vrije” tijd. De uren worden grotendeels voor je ingevuld en vaak ook nog therapeutisch ingezet. Leuke activiteiten zijn verbonden aan straffen en beloningen: je moet ze verdienen en je kunt ze verliezen. Vraag die jongeren wat vrije tijd is, en ze antwoorden letterlijk: de tijd waarin ik met gerust word gelaten. Waarin niemand mij vertelt wat ik moet doen."
Buiten de doelgroep
“Het gespecialiseerde jeugdwerkaanbod is met de beste bedoelingen ontstaan. Maar daardoor ligt er geen enkele verantwoordelijkheid meer bij het gewone jeugdwerk”, zegt Beno Schraepen. “De begeleiders in gewone jeugdorganisaties zijn meestal niet opgeleid om met specifieke doelgroepen om te gaan. Daardoor is er terughoudendheid om kinderen of jongeren uit die doelgroepen te verwelkomen. Zij worden snel doorverwezen naar gespecialiseerde organisaties, met begeleiding die weet wat zij nodig hebben.”
“Soms is dat ook nodig, en ik wil zeker niet zeggen dat die aparte werkingen moeten verdwijnen. Maar er zou meer keuze moeten zijn. Als een doelgroepspecifieke werking de énige optie is, dan kun je je recht op vrijetijdsbesteding niet uitoefenen."
Wie komt er niet naar het buurtfeest?
Als je mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding beperkt zijn, heeft dat ook een sociale impact, stelt Beno Schraepen. “Waar ontmoeten jongeren met en zonder beperking elkaar nog? Als je naar het bijzonder onderwijs gaat en je enige hobby zich twintig kilometer verderop afspeelt, heb je amper contact met leeftijdsgenoten uit de buurt. En je school- en hobbyvrienden zie je enkel tijdens die activiteiten. Terwijl sociale ontmoetingen zo belangrijk zijn om jezelf te ontwikkelen.”
“De kinderen van een van mijn buren gaan naar het buitengewoon onderwijs. Mijn kinderen kennen die kinderen niet. Organiseren we een buurtfeest, dan komen die gezinnen niet, want ze kennen hier niemand. Een sociaal netwerk vormt zich vaak rond school en vrije tijd. Kinderen spreken samen af, ouders ontmoeten elkaar aan de schoolpoort en maken praktische afspraken. Wie buiten die cirkel valt, mist dat allemaal.”
Bekijk ook de video:
Of lees meer over wat Ingrid Moons (UAntwerpen) en Franne Mullens (Antwerp Management School) zeggen over vrije tjid.