Stilstaan bij dans: 5 weetjes
Dans is overal. In theaterzalen, op straat, op sociale media, en in het werk van Timmy De Laet, professor danswetenschap aan de Universiteit Antwerpen en bezieler van het internationale onderzoeksnetwerk CoDa | Cultures of Dance. Hij neemt ons mee naar een wereld waar beweging denken wordt – en taal soms tekortschiet. Want wist je dat …
… danswetenschap een heel jonge wetenschap is?
“Of toch: in vergelijking met theater- of filmwetenschap. Pas sinds de jaren 1980 groeide deze tak internationaal uit tot een zelfstandig onderzoeksveld. Belangrijk daarbij is dat onze discipline vanaf het begin fundamenteel interdisciplinair was. We leunen op filosofie, antropologie, sociologie, geschiedenis … Dans is zoveel meer dan alleen beweging. Om echt te begrijpen wat er gebeurt, heb je ook context, ideeën en woorden nodig.”
“Veel mensen vinden het moeilijk om zich iets voor te stellen bij de term. In grote lijnen betekent danswetenschap dat je dans ernstig neemt als een vorm van kennis. Zoals literatuurwetenschappers boeken lezen en analyseren, kijken wij naar choreografie: lichamen in actie, op de scène of daarbuiten. Niet om er één ‘juist’ verhaal uit te halen, wel om te ontdekken wat dans doet en kan betekenen.”
… dans ook een vorm van denken is?
“Dans is geen vrijblijvende expressie; het is denken met je lichaam. Net als muziek of andere kunstvormen kan dans dingen uitdrukken die zich nooit helemaal in woorden laten vatten. Dat is een rijkdom, maar het maakt het soms ook lastig om precies te benoemen wat je doet of bedoelt – zelfs binnen een creatieproces waarin iedereen samenwerkt en voortdurend afstemt.”
“Theorie kan dan helpen, door woorden en kaders aan te reiken die dat gesprek ondersteunen. Omgekeerd komen veel ideeën en concepten waar ik rond werk rechtstreeks uit gesprekken met makers. Zij voelen vaak scherp aan wat er gebeurt, en ik probeer dat verder te benoemen en uit te diepen. Danswetenschap gebeurt niet alleen achter een bureau: veel kennis zit bij de mensen die het maken en uitvoeren. Vanuit die kruisbestuiving kom je dingen op het spoor die niet in boeken of op video te vinden zijn. Net daar zit vaak het vernieuwende van danswetenschap.”
… traditionele vormen van dans lang niet altijd zo ‘traditioneel’ zijn?
“Als we het over dans hebben, maken we vaak een onderscheid tussen ‘hedendaagse’ en ‘traditionele’ dans. Wat als vernieuwend wordt gezien, krijgt het label ‘hedendaags’, terwijl andere vormen al snel als ‘traditioneel’ worden weggezet. Vanuit westers perspectief gebeurt dat bijvoorbeeld vaak met Afrikaanse of Chinese dans – alsof die vooral het verleden bewaren en niet ter discussie stellen. Dat beeld klopt niet en is problematisch, omdat het neokolonialistische patronen in stand houdt. In werkelijkheid is geen enkele danscultuur echt onveranderlijk.”
“In Chinese dans, bijvoorbeeld, is ‘erven en ontwikkelen’ al eeuwenlang een leidend principe. Ze baseren zich op traditie, maar laten die ademen en evolueren om relevant te blijven. In westerse hedendaagse dans is het doorbreken van tradities ironisch genoeg zelf bijna een soort traditie geworden. Maar dans is bij uitstek een kunstvorm die je doorgeeft door hem uit te voeren – en telkens als we hem delen, verandert hij. Theaterwetenschapper Rustom Bharucha drukte het mooi uit: ‘Een traditie is nooit statisch of volstrekt puur. Als ze dat wel was, zou ze al lang uitgestorven zijn.’”
… dans ook een vorm van verzet kan zijn?
“Mensen hebben altijd gedanst, maar dans is nooit neutraal. Hij maakt zichtbaar hoe mensen zich verhouden tot hun omgeving. Soms helpt dans om een gevoel van gemeenschap vast te houden, zeker wanneer tradities onder druk staan. Soms wordt hij ook een manier om kritiek te uiten op bredere sociale en politieke dynamieken. Denk aan hoe beweging centraal staat in protesten.”
“Dat betekent ook dat we sommige ‘klassiekers’ gerust kritisch mogen benaderen. Het ballet ‘De notenkraker’ is bijvoorbeeld voor veel mensen pure kerstnostalgie, maar reproduceert ook verschillende raciale stereotypen. Steeds meer choreografen herwerken en hercontextualiseren dat erfgoed, om zo die geschiedenis zichtbaar te maken en te bevragen. Die wisselwerking tussen doorgeven en herdenken is eigenlijk altijd aanwezig in dans. Wie weet hoe we over enkele decennia naar de huidige generatie TikTok-dansjes zullen kijken?”
… dans moeilijk te archiveren is?
“Dans laat zich niet zomaar vastleggen: je kan een voorstelling filmen of beschrijven, maar dat is nooit helemaal hetzelfde als ze live meemaken. Ons studieobject past niet in een archiefdoos. Wij hebben geen boek dat we telkens opnieuw kunnen openslaan. Wat vandaag gemaakt wordt, riskeren we over twintig jaar gewoon kwijt te zijn. Dat maakt dansonderzoek kwetsbaar.”
“Daarom zoeken we naar andere manieren om dans te bewaren. Klassieke vormen van documentatie, zoals repetitienota’s, productiearchieven en video-opnames, zijn belangrijk, maar tonen nooit het volledige plaatje. We hebben praktijken nodig die beter aansluiten bij de aard van dans: mondelinge geschiedenis via gesprekken met makers en dansers, of het opnieuw uitvoeren en herinterpreteren van bestaand werk als vorm van archivering. Een ‘levend erfgoed’ in plaats van dozen vol papier.
“Precies omdat zulke vormen van archivering nog in ontwikkeling zijn, is een sterk structureel kader cruciaal. Toch hebben we in Vlaanderen nog geen instelling die zich specifiek toelegt op dansarchivering. En hoewel hier al veel dansonderzoek gebeurt, hebben we evenmin een volwaardige opleiding danswetenschap, zoals in Berlijn, Londen of de Verenigde Staten. Dat beperkt de zichtbaarheid, continuïteit, en uitwisseling binnen het veld. Om die lacune van onderuit mee op te vullen, is het onderzoeksnetwerk CoDa ontstaan.”
Deze weetjes kwamen tot stand in samenwerking met Timmy De Laet, mede-oprichter en coördinator van CoDa | Cultures of Dance, een onderzoeksnetwerk dat Vlaamse en internationale partners samenbrengt: universiteiten, maar ook kunsthogescholen zoals Koninklijk Conservatorium Antwerpen en London Contemporary Dance School.
“Ik kan geen onderzoek doen door alleen boeken te lezen. Veel kennis zit bij mensen die dans maken. Mijn werk speelt zich dan ook even vaak af in studio’s en zalen als achter mijn bureau. Dus ja, tijdens voorstellingen zit ik bijna altijd notities te nemen. Geen grote analyses tijdens het kijken, wel kleine aandachtspunten om later op terug te komen. Hoe beweegt een lichaam? Hoe wordt ruimte gebruikt? Wat doen muziek, licht en kostuum?”
“Maar er is ook een theoretische laag. Dans is ook denken. Mijn rol is om woorden, concepten en structuren te zoeken waarmee we dat denken kunnen vatten. En dat is uitdagend: hoe verwoord je iets wat in wezen belichaamd is?”