Tijd rekt en krimpt: 5 weetjes over je innerlijke klok
Een uur duurt altijd 60 minuten, behalve in je hoofd. Pieter Simoens, professor bij IDLab (UGent-imec), onderzocht hoe wij tijd beleven, wat dat met onze beslissingen doet en of machines daar rekening mee kunnen houden. Wist je bijvoorbeeld dat …
… we kunnen meten hoe snel de tijd vliegt, voor jou alleen?
“Mensen redeneren niet zoals een computer. In de wetenschap spreken we van cognitieve bias: we kiezen niet altijd de rationeel optimale keuze. Het klassieke voorbeeld is een kleine beloning nu tegenover een grotere beloning later: rationeel wacht je op die grote, en toch gaan we vaak voor de onmiddellijke beloning. Zulke biases spelen ook een rol in onze waarneming. Dat bleek in de jaren 90 uit het Onzichtbare Gorilla-experiment van twee Amerikaanse hoogleraren psychologie. Ze lieten proefpersonen een opname zien waarin twee teams van studenten – één in witte shirts en één in zwarte – een bal naar elkaar overgooiden, met als opdracht: tel hoe vaak de spelers in het wit de bal naar elkaar gooien. Achteraf bleek ongeveer de helft van de proefpersonen de student-in-gorillapak te zijn ontgaan die halverwege het filmpje in beeld was gewandeld, zich op de borst had geklopt en weer was weggewandeld. Of hoe onze hersenen informatie wegfilteren die niet relevant lijkt.”
“Wat veel minder onderzocht was: ook tijd nemen we subjectief waar. Soms vliegt ze voorbij, soms kruipt ze. Een boeiende film is plots voorbij, terwijl een saai lesuur wel eeuwen lijkt te duren. Die perceptie verandert bovendien van moment tot moment. Psychologen hebben heel wat factoren gevonden die ermee samenhangen: de kleur van een stimulus, de snelheid waarmee iets beweegt, je stressniveau … En het interessante is dat tijdsperceptie veel beter meetbaar is dan andere subjectieve concepten. Ik kan iemand bijvoorbeeld vragen om een knop exact drie seconden ingedrukt te houden. In de praktijk zal dat meestal net iets langer of korter zijn. Dat zegt iets over hoe je op dat moment tijd percipieert.”
… een wachttijd korter kan voelen zonder korter te worden?
“Het voorbeeld dat we allemaal kennen, is het zandlopertje op je scherm. Dat draait en draait, en je hebt geen idee hoever je staat. Zie je er wél een percentage bij, of hoeveel wachtenden er nog voor je zijn, dan krijg je een heel andere ervaring. Je ziet dat je vooruitgang boekt en de wachttijd wordt draaglijker. Dat is time engineering: het interval blijft identiek, je verandert alleen de manier waarop je het presenteert. In de marketing spelen ze daar trouwens al volop mee, maar dan in de andere richting. ‘Alleen vandaag!’, ‘Laatste kans!’: dat geeft een gevoel van tijdstekort, waardoor je veel impulsiever kan reageren. Tijd is een schaars goed en dus een bepalende factor.”
… je tijdshorizon meebepaalt hoe egoïstisch je speelt?
“Wie gestrest is, kiest sneller voor winst op korte termijn. Maar tijd speelt ook een rol in samenwerking. Neem het prisoner’s dilemma: twee gevangenen moeten – zonder overleg – beslissen of ze zwijgen of de andere verklikken. Als ze allebei zwijgen, krijgen ze een korte straf. Maar als één gevangene de andere verklikt, krijgt die andere een zware straf en de klikker niets. Verklikken ze elkaar, dan krijgen ze allebei een gemiddelde straf.”
“Speel je dat één keer, dan krijg je een heel andere dynamiek dan wanneer je het tien keer speelt, want dan weet ik dat ik jou nog ga tegenkomen. Laat je het spel na elke ronde met een bepaalde kans eindigen, dan bepaalt jouw inschatting van die tijdshorizon mee je beslissing. Denk je dat het bijna gedaan is en dat je elkaar nooit meer ziet, dan wordt egoïstisch spelen aantrekkelijker. Lijkt het nog lang door te gaan, dan besef je: als ik nu egoïstisch speel, doe jij dat straks misschien ook, en dan raken we nergens.”
… je tijdsgevoel te sturen valt, maar niet voor lang?
“Dat was de inzet van ons onderzoeksproject ChronoPilot. In virtual reality moesten deelnemers opdrachten uitvoeren. Ondertussen maten wij hun fysiologische gegevens en hoe snel ze werkten, en schatten we met een AI-model in of ze de tijd snel of traag ervoeren. Voelde iemand zich opgejaagd, dan probeerden we die persoon te kalmeren; dreigde verveling, dan stuurden we in de andere richting. Dat deden we met visuele effecten, met audio – Mozarts Eine kleine Nachtmusik maakt je meteen vrolijk – en met tactiele prikkels: een vest dat trilt, duwt of opwarmt. Dat tactiele kanaal bleek het veelbelovendst, omdat het je minder afleidt van je taak.”
“Statistisch significante resultaten vonden we bijna niet, en dat is op zich ook een resultaat. De effecten uit de strikt gecontroleerde experimenten van psychologen konden we reproduceren, maar ze verdwenen veel sneller dan we hadden ingeschat. Meteen na een stimulus zie je een effect; op langere termijn voelden mensen niet dat er iets veranderd was. Gewenning treedt razendsnel op: het duurt even voor die muziek of dat patroon op je borst effect heeft, en zodra je erin zit, is het nieuwe eraf. Wil je dat compenseren, dan moet je zoveel verschillende stimuli gebruiken dat je afleiding of overprikkeling riskeert. Voor een echte toepassing zijn we daar voorlopig op vastgelopen.”
“Achteraf bekeken was ons experiment tegelijk te lang en te kort. Te kort, omdat je mensen eerst verveeld moet krijgen voor je dat gevoel kan wegnemen – en in VR duurt dat een tijdje, want aanvankelijk is dat gewoon leuk. Te lang, omdat we net door die duur zagen dat de effecten wegebben. Was het experiment korter geweest, dan hadden we dat misschien niet gemerkt en hadden we gedacht dat we goed bezig waren.”
… ook AI meer risico kan nemen als de deadline nadert?
“In een ander experiment lieten we een AI-agent in een gesimuleerde file staan, terwijl hij op een bepaald moment op zijn bestemming moest zijn. Af en toe ging het wat sneller vooruit en kreeg hij de kans om snel een andere auto in te halen – niet zonder risico, want er was ook tegenliggend verkeer. In het begin, toen er nog veel tijd was, bleef hij braaf op z’n plaats. Hoe dichterbij de deadline kwam, hoe vaker hij het risico nam.”
“Mensen doen iets vergelijkbaars. Heb je te weinig tijd om op je vergadering te raken, dan rijd je misschien nog nét door waar je anders stopt. Als je inzicht hebt in dat proces, kan je erop inspelen. Neem nu een assistentiesysteem in een auto dat detecteert dat de bestuurder tijdsdruk ervaart en daardoor meer risico neemt: zou het die persoon kunnen kalmeren, misschien met een beetje Mozart of een ontspannende zetelmassage? We moeten dus nog verder onderzoeken wat goed werkt. Iemand vrijwilliger?”
Deze weetjes kwamen tot stand in samenwerking met Pieter Simoens, professor bij IDLab (Internet technology and Data science Lab, UGent-imec) en hoofd van de onderzoeksgroep DECIDE (Distributed and Embodied Computing In Dynamic Environments). Zijn team onderzoekt situaties waarin meerdere autonome agenten met elkaar in contact komen. “Dat hoeft niet per se samenwerking te zijn, en die agenten kunnen zowel mensen, AI-agents als robots zijn.”
Het onderzoek naar tijdsbeleving liep binnen ChronoPilot, een Europees interdisciplinair project dat tussen 2021 en 2025 psychologen, experten in tactiele stimulatie, VR-bouwers en informatici samenbracht. Simoens’ team stond in voor het beslissingsalgoritme.
“Einstein vertelde ons hoe relatief tijd is. Voor ik aan dit project meewerkte, had ik er zelf nooit bij stilgestaan hoe flexibel onze perceptie van tijd is en hoe sterk die samenhangt met onze beslissingen. Maar als je er eenmaal mee bezig bent, zie je het overal terugkomen.”