Thema
Familie

Relaties en gezinnen: 5 weetjes voor meer begrip

Iedereen wil zich gezien voelen, maar kijken we wel genoeg naar elkaar? Een gezonde relatie opbouwen, een hecht gezin vormen, mensen vinden bij wie je altijd terechtkan: het is niet bepaald een exacte wetenschap. Alhoewel...

Aan de Universiteit Gent leidt Lesley Verhofstadt het Family Lab, dat onderzoekt hoe koppels en gezinnen functioneren, zeker wanneer het moeilijk wordt.

Want wist je dat …

… je relaties en gezinnen ook kan bestuderen volgens wetenschappelijke principes?

“Over relaties en gezinnen heeft iedereen wel een mening, en dat is goed. Maar die mening is doorgaans gebaseerd op persoonlijke ervaringen of observaties, waardoor je al snel een vertekend of onvolledig beeld krijgt. Daarom is het belangrijk dat er ook wetenschappelijk onderzoek gebeurt, volgens dezelfde standaarden als in elke andere academische discipline.”

“In ons vakgebied combineren we verschillende onderzoeksmethodes. We gebruiken grootschalige vragenlijsten bij honderden mensen, diepte-interviews, dagboekonderzoek – tegenwoordig met behulp van smartwatches en smartphones – en observatie in het lab. Elke methode levert iets anders op. Pas als ze allemaal in dezelfde richting wijzen, spreken we van robuuste, multimethodische kennis.”

“Die inzichten zijn nuttig voor het brede publiek, maar ook voor professionele hulpverleners. Als je een familie in crisis wilt helpen, moet je begrijpen wat aan de basis ligt van hun problemen. Daarvoor is fundamenteel onderzoek erg waardevol. Aan de andere kant is die kennis nooit het evangelie. Onderzoeksbevindingen moet je altijd nog aftoetsen bij het koppel of gezin: klopt dit voor jullie?”

… je andere mensen minder goed begrijpt dan je zelf denkt?

“Een mooi voorbeeld van de beperkingen van buikgevoel. We doen al lang onderzoek naar empathische accuraatheid: hoe goed je inschat wat een ander denkt en voelt. Wat blijkt? Partners schatten elkaar gemiddeld tot 30 procent juist in. Bij vrienden ligt dat ook rond de 30 procent, bij vreemden rond de 15 procent.”

“Het loont dus om elkaar te kennen, maar zelfs bij koppels blijft het percentage bescheiden. En we overschatten het enorm. Hoe goed mensen dénken dat ze hun partner kunnen lezen, hangt nauwelijks samen met hoe goed ze dat echt kunnen.”

“Hoe komt dat? Hoe langer je samen bent, hoe minder bewust je op elkaar focust: er komen kinderen, werk en een huishouden bij. Je let minder op verbale en non-verbale signalen, terwijl net die belangrijk zijn om elkaar goed te begrijpen. En je valt terug op mentale schema’s – je kent de ander al, dus aan een half woord denk je genoeg te hebben.”

“Het goede nieuws: je kan er iets aan doen. Wie op de signalen let, gemotiveerd is om erop in te spelen, en navraagt of een inschatting klopt, scoort meteen beter.”

… stress je relatie kan uithollen?

“De impact van stress op een relatie wordt sterk onderschat. Daarom is het belangrijk dat je er open over communiceert. Denk niet: als hij me graag ziet, voelt hij wel aan wat ik nodig heb. Als je stress benoemt in plaats van afreageert, kan je er als koppel actief mee aan de slag.”

“Dan helpt het als je partner een luisterend oor biedt, vertrouwen uitspreekt of – heel praktisch – wat taken overneemt wanneer je het moeilijk hebt. Wat je wilt vermijden zijn reacties die de stress minimaliseren of de ander beschuldigen: ‘Jij wou die job.’ Ook je eigen aanpak opleggen aan de ander werkt doorgaans niet.”

“Sociale steun is cruciaal om met stress om te gaan dat is uit tal van onze studies gebleken. Het is dus voor hulpverleners belangrijk om de rol van de relatie en het gezin goed te begrijpen, zeker bij ernstige stressoren zoals ziekte of trauma. In een recent doctoraatsonderzoek ging het bijvoorbeeld over koppels waarbij de vrouw na de bevalling een perinatale angststoornis of depressie ontwikkelde. De partner moet dan zorgen voor moeder en kind én intussen blijven werken. Dat is geen ik-probleem, maar een wij-probleem. Het koppel moet er samen een weg in vinden.”

… ziek zijn iets is dat je samen doet?

“Ons gezinsonderzoek focust zich onder meer op gezinnen waarin een kind kanker krijgt, een ouder ongeneeslijk ziek wordt of waar kanker erfelijk blijkt te zijn. Zo’n diagnose is een bom die ontploft – iedereen draagt de gevolgen.”

“In eerste instantie belandt een gezin in crisis. Er ontstaat een stortvloed aan vragen en tegelijk moet er van alles geregeld worden. Maar na verloop van tijd zien we dat de meeste gezinnen zich opnieuw weten te handhaven.”

“Of het lukt, hangt af van de kwetsbaarheden van de gezinnen, hun leden en van de hulpbronnen waarover ze beschikken. Binnen het gezin is vooral cohesie zo’n bron: de affectieve band en emotionele betrokkenheid op elkaar. Gezinnen die die al hadden vóór de diagnose, passen zich beter aan. Ook emoties kunnen delen – en niet opkroppen – helpt enorm.”

“Even belangrijk is wat er buiten het gezin gebeurt. Een netwerk van vrienden, familie en anderen kan stressoren helpen opvangen. Ook dat is voor hulpverleners een waardevol inzicht: kijk niet alleen naar de patiënt, maar vraag ook hoe het gaat met het gezin en hun netwerk. Wij noemen dat de familiereflex, maarveel hulpverleners voelen nog een zekere handelingsverlegenheid om daarrond vragen te stellen.”

… je frustratie bepaalt hoe je ruzie maakt?

“Conflict is onvermijdelijk in een relatie, en dat heeft een reden. Partners hebben elk specifieke behoeften. Twee daarvan zijn bijzonder belangrijk: autonomie – het gevoel dat je zelf keuzes mag maken – en verbondenheid – je graag gezien voelen. Doordat je samenleeft, botsen die behoeften soms. En gefrustreerde behoeften voeden conflict.”

“Het boeiende is dat de aard van de frustratie ook meebepaalt welke emoties ontstaan. Wordt je behoefte aan autonomie gefnuikt, dan zien we vooral harde emoties zoals kwaadheid, die destructief conflictgedrag in gang kunnen zetten. Gaat het om verbondenheid, dan zien we eerder zachte emoties zoals verdriet en kwetsing. Maar ook dat is geen neutrale manier om je behoeften te communiceren en dat houdt altijd het risico in dat je partner niet constructief reageert.”

“In de populaire literatuur gaat het bijna altijd over verbondenheid. Maar bij Vlaamse koppels blijkt conflict vaak over autonomie te gaan. Belangrijke kanttekening: ons onderzoek gaat hoofdzakelijk over Vlaamse koppels en is niet zomaar te veralgemenen. We bestuderen die dynamieken nu ook bij Japanse koppels. De hypothese is dat autonomie daar minder speelt, omdat de Japanse cultuur collectivistischer is en sterker gericht op harmonie. Maar dat onderzoek is nog niet helemaal rond, dus daar kunnen we nu nog geen uitspraak over doen.”

Deze weetjes kwamen tot stand in samenwerking met Lesley Verhofstadt, professor relatie- en gezinspsychologie aan de Universiteit Gent en hoofd van het Family Lab. Haar onderzoeksgroep bestudeert hoe koppels en gezinnen functioneren, met bijzondere aandacht voor wat er gebeurt wanneer ze onder druk komen te staan.

“Met ons onderzoek willen we zowel het brede publiek als hulpverleners meer inzicht geven in relaties en tonen welke interventies wel/niet aangewezen zijn bij problemen in koppels en gezinnen. In de media gaat het vaak over relaties, maar de uitspraken die je dan hoort, stroken niet altijd met wat onderzoek ons leert.”

“Dat is ook voor beleidsmakers belangrijk. Als je middelen moet verdelen in de zorg, wil je je kunnen baseren op systematisch onderzoek, niet op iemands buikgevoel.”

“Ik vergelijk het weleens met medicijnen: daarvan verwacht je toch ook dat die grondig onderzocht zijn? Waarom zouden we relatieadvies dan minder kritisch bekijken?”

“Bij het Family Lab gebruiken we de methodologie van psychologisch onderzoek om te komen tot heldere, objectieve inzichten. Dat doen we nu al enkele decennia, onder meer dankzij de steun van het FWO.”