Drie onderzoekers, één missie: de laureaten van de FWO-klimaatprijs 2026 aan het woord

De “tweede long” van de aarde, een mineraal dat zonlicht kan opvangen, ijsreuzen die miljoenen mensen van drinkwater voorzien ... Het Vlaamse klimaatonderzoek is springlevend, verrassend divers en bijzonder boeiend. Met de Wetenschappelijke Prijs Klimaatonderzoek bekroont het FWO elk jaar drie onderzoekers die op verschillende domeinen aan één missie werken: onze planeet beter begrijpen voor het te laat is. “Wat met de gletsjers en de oceanen gebeurt, is geen ver-van-ons-bed-show. Het raakt ons dagelijkse leven direct.”

Wie zijn de laureaten?

Marien ecoloog Ilias Semmouri is actief aan de Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de UGent. Hij onderzoekt het leven in de zee: van plankton en schelpdieren tot volledige ecosystemen. In het bijzonder bestudeert hij hoe we algen duurzaam kunnen kweken en inzetten.

Onderzoeker Aslihan Babayigit werkt aan de UHasselt rond een nieuwe generatie zonnecellen op basis van perovskietmaterialen. Vanuit diezelfde focus op toegankelijke en duurzame zonne-energie werkt ze ook aan Solar Cookers for All (Sc4all), een project rond betaalbare kookoplossingen op zonne-energie, onder meer in Sub-Sahara-Afrika.

Glacioloog Harry Zekollari leidt het bglacier-team binnen het Department of Water and Climate (HYDR) van de VUB. Met computermodellen brengt hij in kaart hoe gletsjers evolueren in een opwarmend klimaat en wat dat betekent voor de watervoorziening, de biodiversiteit en het niveau van de zeespiegel, ook in België.

Gefeliciteerd! Jullie zijn de nieuwe laureaten van de FWO-klimaatprijs. Wat betekent dat voor jullie?

Harry: “Ik apprecieer het heel erg dat deze prijs niet alleen onderzoek erkent, maar ook het engagement om inzichten te delen met een breed publiek. Dat wordt in de academische wereld nog te vaak als iets extra’s gezien.”

“Onderzoek naar gletsjers leent zich daar bij uitstek toe, omdat ze zulke zichtbare symbolen van ons veranderende klimaat zijn. Zeg tegen iemand op straat dat het anderhalve graad warmer is geworden, en dat zal weinig indruk maken. Maar beelden van een gletsjer die door de jaren heen wegsmelt, die spreken boekdelen.”

Aslihan: “Voor mij benadrukt de klimaatprijs het belang van twee dimensies: diepgaand onderzoek en de vertaling ervan naar de praktijk. Sc4all ontwikkelt zonnekokers op basis van lokaal beschikbare en gerecycleerde of recycleerbare materialen. Onze oplossingen moeten betaalbaar en schaalbaar zijn om op korte termijn een brede impact te hebben. Dat vraagt om een combinatie van fundamenteel onderzoek, bijvoorbeeld naar materiaal- en energietechnologie, en nauwe samenwerking met lokale gemeenschappen. Voor mij zijn die twee onlosmakelijk met elkaar verbonden.”

“Technologie ontwikkelen is één ding, maar ervoor zorgen dat ze echt werkt in het dagelijkse leven is minstens even belangrijk. Op die manier creëren we zowel lokale als globale impact. Mensen kunnen met onze zonnekokers op een minder vervuilende manier koken en minder tijd en geld besteden aan brandhout. Zo ontstaat ruimte voor andere activiteiten, vooral voor vrouwen. Tegelijk neemt de ontbossing af en beschermen we de ecosystemen die een cruciale rol spelen in het reguleren van ons klimaat.”

Ilias: “Ik beschouw deze prijs vooral als een erkenning van de enorm grote, maar vaak minder bekende rol van onze oceaan én van de behoefte aan meer onderzoek. We weten nog altijd verrassend weinig over de oceaan, terwijl ze een groot deel van de zuurstof produceert die we inademen, ons voedsel levert en ons klimaat helpt stabiliseren.”

“Tegelijk verandert ze sneller dan ooit door opwarming, vervuiling, verzuring, overbevissing … We moeten dringend beter begrijpen wat er gebeurt om de schade te beperken en de oceaan te beschermen. Nu de maatschappij voor zoveel uitdagingen staat, dreigt die uitdaging onderbelicht te blijven. De klimaatprijs helpt om ze op de agenda te zetten.”

De cijfers uit ons onderzoek zijn niet bedoeld om mensen te overtuigen, het is simpelweg wat de wetenschap ons vertelt.
Harry Zekollari
VUB

Hoe leggen jullie aan een leek uit wat jullie expertisedomein inhoudt?

Ilias: “Als marien ecoloog onderzoek ik hoe het leven in zee werkt en hoe dieren, planten en hun omgeving elkaar beïnvloeden. Concreet bekijk ik hoe vervuiling, zoals plastic, en klimaatverandering en extreme gebeurtenissen, zoals mariene hittegolven, inwerken op vissen, schelpdieren, plankton en volledige ecosystemen.”

“Het leven in de zee levert ons tal van ecosysteemdiensten. Het zorgt bijvoorbeeld voor voedsel en zuurstof en beschermt onze kust. Welke invloed hebben milieuproblemen op die diensten? Over die vraag buig ik me. Daarnaast onderzoek ik hoe we algen duurzaam kunnen kweken en gebruiken, bijvoorbeeld als voedsel of energiebron. Zo zoek ik mee naar manieren om de zee duurzaam te gebruiken zonder haar uit te putten.”

Aslihan: “Mijn kernonderzoek gaat over een nieuwe generatie zonnecellen die zonne-energie efficiënter, goedkoper en veelzijdiger kunnen maken. Ik werk met perovskieten: een familie van mineralen die veelbelovend zijn, maar nog uitdagingen kennen op het vlak van stabiliteit en duurzaamheid.”

“Ik probeer te begrijpen welke fundamentele processen bepalen hoe die materialen zich gedragen en hoe we ze betrouwbaar en op grote schaal inzetbaar kunnen maken. Diezelfde ambitie – zonne-energie toegankelijk, betaalbaar en breed toepasbaar maken – ligt ook aan de basis van toepassingen zoals zonnekokers.”

Harry: “Als glacioloog bestudeer ik hoe ijs evolueert in een veranderend klimaat. Dat klinkt intuïtief – hoe warmer het wordt, hoe sneller het smelt – maar in kaart brengen hoe snel dat precies gaat, hoe het verschilt per regio en hoe het verder zal evolueren, is bijzonder complex.”

“We gebruiken geavanceerde computermodellen om te beschrijven wat er met gletsjers gebeurt als de omstandigheden veranderen. Eerst simuleren we het verleden en de huidige toestand; vervolgens testen we de kwaliteit van het model door die simulaties te vergelijken met echte metingen. Als die overeenkomen, kunnen we ook voorspellen hoe gletsjers in de toekomst zullen evolueren.”

“Dat is om verschillende redenen belangrijk. Gletsjers zijn waterbronnen voor honderden miljoenen mensen in dichtbevolkte valleien, zoals die van de Indus en de Ganges. En het is geen ver-van-ons-bed-show: krimpende gletsjers dragen bij aan de zeespiegelstijging, waardoor de gevolgen ook in België voelbaar zijn.”

Hoe ziet jullie leven als onderzoeker eruit? Gaan jullie zelf op pad of werken jullie vooral met data?

Ilias: “Mijn job is afwisselend. Soms neem ik stalen op rotskusten in Frankrijk of vaar ik mee met het onderzoeksschip Simon Stevin voor staalnames, in samenwerking met het Vlaams Instituut voor de Zee. Daarnaast werk ik veel in het laboratorium, waar ik bijvoorbeeld algen kweek of DNA en andere componenten uit biomassa isoleer.”

“Die resultaten gebruik ik weer voor modellen en statistische analyses, dus ik zit ook heel vaak achter de computer. Het vraagt een brede mix van vaardigheden: veldwerk, labo-experimenten, modelleervaardigheden en kennis van verschillende soorten en hun werking.”

Aslihan: “Bij mij is het een boeiende combinatie van experimenten, analyses en samenwerking. Een groot deel van mijn tijd breng ik door in het labo, waar ik perovskietmaterialen en zonnecellen ontwikkel en karakteriseer om beter te begrijpen hoe we ze kunnen verbeteren.”

“Binnen Sc4all onderzoeken we hoe we lokaal beschikbare materialen en afvalstromen kunnen inzetten in zonnekokers, en welke eigenschappen ze bijvoorbeeld hebben om zonlicht efficiënt te focussen. Op basis daarvan bouwen we prototypes, die we testen, verbeteren en vergelijken met bestaande oplossingen.”

“Ik werk ook nauw samen met studenten, collega’s en internationale partners, waardoor mijn werk zich uitstrekt van fundamenteel materiaalonderzoek tot praktische toepassingen in het veld.”

Technologie ontwikkelen is één ding, maar ervoor zorgen dat ze echt werkt in het dagelijkse leven is minstens even belangrijk.
Aslihan Babayigit
UHasselt

Harry: “Als hoofd van een team van twaalf mensen coördineer en begeleid ik ons onderzoek een groot deel van de tijd. Voor onze computermodellen combineren we satellietobservaties – waarmee we grote en afgelegen gebieden bekijken – met veldwerk.”

“Dat veldwerk doen we vooral op gletsjers in Zwitserland en Kirgizië en in de omgeving van het onderzoeksstation Prinses Elisabeth op Antarctica. In die extreme omstandigheden kunnen we gelukkig rekenen op lokale teams en logistieke partners.”

Wat is jullie belangrijkste motivatie?

Ilias: “Dat we ons in een cruciale periode bevinden. De globale opwarming van de oceaan en het verlies aan biodiversiteit zijn geen verre toekomstscenario’s meer – ze gebeuren nú. Ongeveer 71% van het aardoppervlak bestaat uit oceaan. Het is de wieg van het leven op aarde. En toch weten we meer over pakweg het oppervlak van de maan dan over de diepzee.”

“We moeten absoluut vermijden dat ecosystemen onherstelbaar beschadigd raken: dat we sleutelsoorten verliezen en cruciale processen verstoren die we niet meer kunnen herstellen.”

Aslihan: “Wat mij motiveert, is dat mijn werk impact kan hebben op verschillende tijdsschalen. Fundamenteel onderzoek bouwt aan de energieoplossingen van de toekomst, terwijl een project als Sc4all vandaag al concrete voordelen oplevert: minder uitstoot, minder ontbossing, meer kansen en betere leefomstandigheden. Voor mij is het bijzonder waardevol wanneer inzichten uit het labo een verschil kunnen maken in het dagelijkse leven van mensen.”

“Zonne-energie is een van de meest schaalbare en duurzame oplossingen voor de klimaatuitdaging. Maar wat het echt tastbaar maakt, is het moment waarop mensen ervaren dat een oplossing echt blijkt te werken. Soms zie je eerst twijfel, en dan plots die verbaasde glimlach. Ook uit de samenwerking met mensen uit verschillende disciplines, culturen en achtergronden haal ik veel voldoening.”

Harry: “Ik heb voor gletsjers en ijskappen gekozen omdat hun veranderingen tastbaar en zichtbaar zijn. Je voelt hun impact op verschillende niveaus: lokaal, bijvoorbeeld door instortende gletsjers en de gevolgen voor het toerisme; regionaal, door hun impact op de watervoorziening en de biodiversiteit; en wereldwijd, doordat ze bijdragen aan de zeespiegelstijging.”

“Klimaatonderzoek laat ons toe om met de best beschikbare data en modellen te tonen en te voorspellen hoe onze aarde verandert. Zo kunnen we beleidsmakers informeren over hoe we de opwarming van de aarde kunnen beperken en hoe we ons kunnen aanpassen, bijvoorbeeld door onze kustverdediging aan te passen.”

“Om dat steeds beter te doen, verbinden we ons onderzoek zoveel mogelijk met verwante onderzoeksdomeinen zoals klimatologie en hydrologie. Zo bouwen we modellen waarin gletsjers één onderdeel vormen van het bredere aardsysteem en kunnen we beter begrijpen hoe alle onderdelen elkaar beïnvloeden.”

Ongeveer 71% van het aardoppervlak bestaat uit oceaan. En toch weten we meer over het oppervlak van de maan dan over de diepzee.
Ilias Semmouri
UGent

Klimaatonderzoek gaat ons allemaal aan. Hoe delen jullie zelf jullie resultaten?

Harry: “Communicatie is ontzettend belangrijk: ze mag niet beperkt blijven tot publicaties en congressen binnen je eigen vakgebied. Doordat gletsjers zulke krachtige symbolen zijn, bieden ze unieke kansen om met een breed publiek over het klimaat te communiceren. Daarom zetten we sterk in op sensibilisering, via populariserende artikels, persberichten bij nieuwe studies en interviews in de media.”

Ilias: “Onderzoek is pas echt waardevol als het mensen bereikt en aanzet tot nadenken. De problemen in de oceaan zijn vaak onzichtbaar, waardoor ze makkelijk vergeten worden. Via onderwijs probeer ik mijn studenten niet alleen kennis mee te geven, maar ook hun passie voor marien ecologisch onderzoek aan te wakkeren. Ik hoop dat ze na mijn lessen anders naar de oceaan kijken: met meer verwondering, maar ook met een groter verantwoordelijkheidsgevoel.”

Aslihan: “Zeker in een project als Sc4all is communicatie een essentieel onderdeel van mijn werk. Het gaat niet alleen om wat technisch mogelijk is, maar ook om wat bruikbaar en aanvaardbaar is voor mensen. Waar gebruikers beperkte toegang hebben tot formeel onderwijs, ontwerpen we technologie bijvoorbeeld zo dat ze intuïtief werkt, met visuele instructies of demonstraties in plaats van complexe uitleg. Dat vraagt voortdurende dialoog met lokale gemeenschappen tijdens het ontwikkelproces. Ik zie wetenschapscommunicatie bovendien als een manier om bruggen te bouwen tussen onderzoek, onderwijs en de samenleving.”

“Ook de samenwerking tussen verschillende disciplines, universiteiten en internationale partners vraagt om continu afstemmen. Communicatie is geen aparte stap achteraf, maar een integraal onderdeel van ons onderzoeks- en ontwerpproces.”

Welke boodschap willen jullie, tot slot, meegeven aan het grote publiek?

Ilias: “We moeten de oceaan veel serieuzer nemen als bondgenoot in de klimaatstrijd. Als het gaat over de longen van onze planeet, denken mensen spontaan aan bossen, maar de oceaan vormt eigenlijk de tweede long – en misschien wel de belangrijkste. Plankton en andere algen produceren een groot deel van de zuurstof die we inademen en nemen enorme hoeveelheden CO₂ op. Tegelijk is dat systeem kwetsbaarder dan we denken. Wat voor gletsjers geldt, geldt ook voor de zee: het is geen ver-van-ons-bed-show. Wat daar nu gebeurt, raakt ons dagelijkse leven direct.”

Aslihan: “De klimaatuitdaging vraagt niet alleen om innovatie, maar ook om oplossingen die wérken. Dat doen ze pas echt als ze aansluiten bij het dagelijkse leven van mensen in verschillende contexten. Alleen dan kunnen ze ook duurzaam ingebed raken. Universele oplossingen bestaan niet: iets wat technisch top is, werkt daarom nog niet overal. Wetenschappelijke doorbraken hebben pas echt een impact als ze toegankelijk worden voor de mensen die ze het hardst nodig hebben.”

Harry: “Als klimaatwetenschappers proberen wij de wetenschap te laten spreken: we passen de wetten van de fysica en de wiskunde toe op onze planeet. In het publieke debat wordt dat soms als activisme bestempeld, alsof het om een mening gaat waarvan we mensen moeten overtuigen. Dat probeer ik bewust niet te doen. Onze cijfers zijn niet bedoeld om iemand te overtuigen, het zijn simpelweg de resultaten van ons onderzoek. Vaak bieden ze geen goed nieuws, maar er is ook hoop: als maatschappij bepalen we nog in grote mate hoeveel ijs er zal smelten en wat de gevolgen zullen zijn. Dat is geen activisme, dat is wat de wetenschap ons vertelt.”