Thema
Familie

Hoe deel je onbeschrijfelijk verdriet?

Het kortste verhaal ter wereld telt amper vijf woorden: “Te koop. Babyschoentjes. Nooit gedragen.” Die woorden maken duidelijk wat er gebeurd is, maar niet wat een ouder voelt die een kind verliest. Zelfs honderdduizend woorden schieten dan te kort. Daarom zocht Marjan De Coster, postdoctoraal onderzoeker aan de KU Leuven, naar een andere taal. Met zogenaamde affect houses - kleine doosjes waarin ouders hun gevoelens vorm, kleur en textuur geven - onderzocht ze hoe mensen zo’n verlies ervaren.

Waarom koos je voor dit onderwerp?

“In 2019 verloor ik zelf een kindje. Hij was vijf weken oud. Dat verlies bracht zoveel gevoelens mee die ik niet in woorden kon vatten. Bovendien rust er nog altijd een taboe op perinataal verlies, zeker op de werkvloer. Je moet al gauw weer productief zijn, terwijl je vanbinnen met een enorme emotionele complexiteit worstelt. Het is niet omdat je eens lacht of een goede dag hebt, dat het goed gaat. In een klassiek interview, of een gesprek met een leidinggevende bijvoorbeeld, krijg je dat moeilijk uitgelegd. Daarom zocht ik een creatievere methode om te begrijpen wat er in ouders omgaat.”

Schoendozen als onderzoeksinstrument: hoe werkt dat?

“We werkten in sessies van drie uur, telkens met drie tot zes mama’s die een kindje verloren hadden tussen de bevruchting en vijf weken na de geboorte. We startten altijd met een stiltemoment. Ik vroeg de deelnemers om terug te denken aan een emotioneel moment rond hun terugkeer naar het werk, zoals de eerste werkdag of een bezoek van de controlearts.  Daarna gingen ze aan de slag met verschillende materialen: stoffen, lichte en donkere kleuren, zachte en prikkende texturen, metaaldraad, schelpen …  Met die materialen bouwden ze een “affect house”: een doosje dat hun gevoel tot uiting bracht. Achteraf bespraken we samen de gemaakte keuzes en hoe de verhalen elkaar raakten.”

Hoe creëer je een veilige omgeving om rond zo’n delicaat onderwerp te werken?

“We werkten samen met het Berrefonds, een gespecialiseerde organisatie, in hun “koesterhuizen” in Kortrijk en Antwerpen. Eén sessie organiseerden we samen met vzw Met Lege Handen in Leuven. Die samenwerking was cruciaal: de deelnemers kwamen terecht in een omgeving die ze al kenden en vertrouwden, met mensen die begrepen waarover het ging. Dat ik zelf een kindje verloren heb, speelde natuurlijk ook een rol.”

De mama’s voelden zich zo vaak alleen in hun ervaringen. In de groep merkten ze dat anderen met dezelfde gevoelens worstelden.

Waarom werkt deze methode beter dan een interview?

“Een van de mama’s verwoordde het perfect. Zij zei:  “Het gaat altijd om dingen in woorden uitdrukken, maar nu ging het om voelen, echt voelen.” Veel gevoelens bestaan eerst als een lichamelijke ervaring. Bijvoorbeeld de sfeer op een festival, die voel je voor je er een woord voor hebt. Achteraf noemen we zo’n gevoel bijvoorbeeld opwinding of verdriet, maar die woorden zijn altijd een vereenvoudiging. Door met materialen, textuur en ruimte te werken, komen gevoelens naar boven die moeilijk bereikbaar zijn met taal alleen. Met een driedimensionale aanpak zie je bovendien hoe verschillende gevoelens naast elkaar bestaan en in elkaar haken. Alle affect houses bevatten zowel moeilijke elementen als lichtpuntjes. Die gelaagdheid, dat naast-elkaar-bestaan van donker en licht, zie je letterlijk in de doos.”

Maakte je er bewust een groepsproces van?

“Ja, al wilden we er niet expliciet een solidariteitsoefening van maken. We vermoedden wel dat deelnemers elkaars gevoelens zouden herkennen. Maar toch verraste de onderlinge verbondenheid ons. De mama’s voelden zich zo vaak alleen in hun ervaringen. In de groep merkten ze dat anderen met dezelfde gevoelens worstelden. Die herkenning bracht vaak opluchting mee.”

Perinataal verlies blijft een taboe. Was het moeilijk om deelnemers te vinden?

“Integendeel. Na een oproep via het Berrefonds hadden zich binnen de 24 uur al 65 mama’s aangemeld voor het onderzoek. Dat is gigantisch voor kwalitatief onderzoek.  We moesten de oproep na één dag al offline halen. Dat toont hoe groot de behoefte is om hierover te praten. Uiteindelijk namen er 25 mama’s deel aan de affect houses, daarnaast heb ik ook heel wat gewone interviews gedaan. Het creatieve aspect maakte sommige deelnemers aanvankelijk onzeker: kan ik dat wel, ben ik creatief genoeg? Maar die twijfel verdween eigenlijk altijd zodra de sessie begon.”

Wat verbaasde je het meest aan de affect houses?

“Ik had verwacht dat ze hun ervaringen echt zouden uitbeelden, als een scène in een film. Maar ze verbeeldden vooral hun gevoelens. Opvallend was hoe drie thema’s telkens terugkeerden. Ruimte: het gevoel in een hoekje geduwd te worden of verloren te lopen. Tijd: de kalender die druk uitoefent, de trein die maar blijft doorrijden. En zintuiglijkheid: het prikkelende, de blikken die ze voelen branden. Die elementen keerden telkens terug, in andere combinaties en constellaties.”

De boodschap naar buiten brengen

Marjan De Coster publiceerde een wetenschappelijk artikel over de affect house-methode. Daarnaast creëerde ze een website om de verhalen, beelden en inzichten met het brede publiek te delen: werknaperinataalverlies.com.

“Ik ben nog op zoek naar fondsen om ook een reizende tentoonstelling te maken, want ik wil de boodschap van dit onderzoek graag meegeven aan mensen op de werkvloer en daarbuiten. Het is niet omdat mensen niet praten over perinataal verlies, dat die gevoelens er niet zijn. Als buitenstaander hoef je er ook geen woorden voor te hebben, maar erken de complexiteit van die gevoelens. Zeg: “Ik kan me niet inleven in wat je voelt, maar ik begrijp dat het een ontzettend complexe samenloop van gevoelens moet zijn.” Die erkenning is heel belangrijk.”